
Perfectionisme
Wat is perfectionisme?
Er zijn verschillende benaderingen die het concept perfectionisme beschrijven. Over het algemeen komt het vaak neer op een obsessief nastreven van prestaties of doelstellingen, waarin het maximaal haalbare centraal staat. Perfectionisme kent positieve kanten en negatieve kanten.
In bepaalde gevallen kan perfectionisme tot exceptionele prestaties leiden en gaat het vaak samen met het opleggen van een hoge standaard, ten gevolge hier van verhoogd dit de angst om fouten te maken en het twijfelen aan de beoordelingen en acties die men maakt, waardoor op langer termijn het risico op mentale aandoeningen toeneemt.
Prevalentie perfectionisme - hoe vaak komt het voor?
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de drang naar perfectie toeneemt. Uit onderzoek naar perfectionistische gedragingen blijkt dat in de afgelopen 25 jaar perfectionistische gedragingen met 30 procent is toegenomen. Dit zou onder meer door de interactie tussen culturele ontwikkelingen en persoonlijke kenmerken kunnen komen, waaronder kapitalisme, materialisme en de overdreven 'positieve valse beeldvorming van 'idols', waardoor er een niet realistische beeldvorming gevormd kan worden. De invloed van sociaal voorgeschreven perfectionisme en de zelf opgelegde persoonlijke maatstaf spelen hierbij tevens een rol. Vooral bij jongeren, zou deze (over)ambitie verklaard kunnen worden doordat het individu zich in toenemende mate associeert met specifieke rolmodellen en de wijze waarop deze mensen zich profileren op social media.
Kenmerken perfectionisme
Individueel georiënteerde perfectionisten leggen zichzelf een hoge standaard op. Dit gaat vaak samen met angst om fouten te maken, tevens zijn zij geneigd om te twijfelen aan de beoordelingen en acties die zij maken. Dit kan uiteindelijk resulteren in vermijdingsgedrag, bijvoorbeeld: 'Ik begin niet aan die taak(vermijding), ik heb onvoldoende tijd om die taak perfect af te ronden binnen die tijd'(binnen de tijdsnorm is het niet haalbaar om iets in perfecte staat af te leveren; dus een irrealistische norm). Daarnaast blijkt dat (klinisch) perfectionisme voornamelijk problemen oplevert (angst, burn-out, e.d.) indien de discrepantie (afstand) tussen de zelf opgelegde - , of door anderen opgelegde doelstellingen, te groot is in verhouding tot de behaalde doelstellingen. Daarom is het belangrijk om realistische doelstellingen te stellen.
Perfectionisme kan eveneens een negatieve invloed hebben op sociale steun en kan bijdragen tot moeilijkheden in interpersoonlijk functioneren en interactie. Dit zou verklaard kunnen worden doordat (een deel van de) perfectionisten dezelfde maatstaf aan zijn / haar omgeving oplegt, zoals zij dat bij henzelf doen. De hoge (vaak niet haalbare) norm of standaard van het perfectionistische individu wordt dan geprojecteerd op een ander. Dit kan conflictsituaties opleveren, waardoor (werk) relaties verstoord worden. Dit beïnvloedt niet alleen de productiviteit, maar veroorzaakt bovendien (overmatige) stress bij betrokkenen. Niet alleen het individu, maar ook de omgeving kan dus last ondervinden van de minder aantrekkelijke kanten van de perfectionistische aard van het individu.
Risico's perfectionisme voor organisatie en werknemer
Perfectionistische personen hebben een verhoogd risico op een aantal mentale risico's, waaronder burn-out, obsessieve compulsieve stoornis, sociale angststoornis, paniekstoornis, gegeneraliseerde angststoornis, eetstoornissen, workaholisme, uitstelgedrag, vermijdingsgedrag, afname plezier in het werk, gevoelens van waardeloosheid of overmatige schuld en depressie, resulterend in een verhoogd risico op verzuim en conflicten binnen de organisatie en afname van de arbeidsproductiviteit.
Onderzoeken tonen tevens aan dat het samen gaat met competitiviteit, verminderde cognitieve prestaties op de langer termijn, verminderd mentaal welbevinden en afname van het aantal sociale relaties en de kwaliteit daarvan, zowel op het werk als in de privé sfeer.
Wat kan ik doen als organisatie of werknemer om te sturen naar positief perfectionisme?
De module perfectionisme, de gespreksvoering, coaching en ondersteuning helpt bij het reduceren van symptomen van de hier boven aangegeven mentale aandoening(en). Maladaptief perfectionisme is een transdiagnostische factor. Dit wil zeggen dat het een factor is die ten grondslag kan liggen aan meerdere mentale aandoeningen, Werken aan de herstructurering van negatieve gedachten bij perfectionisme kan in specifieke gevallen ook heilzaam zijn bij het verminderen van depressieve symptomen of (faal)angst. Het reduceren en herstructureren van de negatieve perfectionistische gedachtes en tendensen, bijvoorbeeld rigide denken (zwart - wit), overmatige prestatie controle en angst om fouten worden aangepakt voor effectieve behandeling.
De interventie die PVGM heeft ontwikkeld is getest op effectiviteit en is effectief bevonden
De focus ligt hierbij op het het doorbreken van extreme, belemmerende gedachtepatronen en te sturen naar de adaptieve variant van perfectionisme door cognitieve gedragstraining.
Referenties:
Bardone-Cone, A. M., Wonderlich, S. A., Frost, R. O., Bulik, C. M., Mitchell, J. E., Uppala, S., & Simonich, H. (2007). Perfectionism and eating disorders: Current status and future directions. Clinical Psychology Review, 27(3), 384–405. https://doi.org/10.1016/j.cpr.2006.12.005
Curran, T., & Hill, A. P. (2019). Perfectionism is increasing over time: A meta-analysis of birth cohort differences from 1989 to 2016. Psychological Bulletin, 145(4), 410–429. https://doi.org/10.1037/bul0000138
Flett, G. L., & Hewitt, P. L. (2002). Perfectionism and maladjustment: An overview of theoretical, definitional, and treatment issues. In G. L. Flett & P. L. Hewitt (Eds.), Perfectionism: Theory, research, and treatment (pp. 5–31). American Psychological Association. https://doi.org/10.1037/10458-001
Hewitt, P. L., Flett, G. L., Sherry, S. B., & Caelian, C. (2006). Trait perfectionism dimensions and suicidal behavior. In T. E. Ellis (Ed.), Cognition and suicide: Theory, research, and therapy (pp. 215–235). American Psychological Association.
Hewitt, P. L., Flett, G. L., Mikail, S. F., Kealy, D., Zhang, L. C., Smith, M. M., ... & Chen, C. (2017). Perfectionism: A relational approach to conceptualization, assessment, and treatment. Guilford Press.
Hill, A. P., & Curran, T. (2016). Multidimensional perfectionism and burnout: A meta-analysis. Personality and Social Psychology Review, 20(3), 269–288. https://doi.org/10.1177/1088868315596286
Limburg, K., Watson, H. J., Hagger, M. S., & Egan, S. J. (2017). The relationship between perfectionism and psychopathology: A meta-analysis. Journal of Clinical Psychology, 73(10), 1301–1326. https://doi.org/10.1002/jclp.22435
Mazzetti, G., Schaufeli, W. B., & Guglielmi, D. (2014). Are workaholics born or made? Relations of workaholism with person characteristics and overwork climate. International Journal of Stress Management, 21(3), 227–254. https://doi.org/10.1037/a0035700
Shafran, R., Cooper, Z., & Fairburn, C. G. (2002). Clinical perfectionism: A cognitive-behavioural analysis. Behaviour Research and Therapy, 40(7), 773–791. https://doi.org/10.1016/S0005-7967(01)00059-6
Shafran, R., & Mansell, W. (2001). Perfectionism and psychopathology: A review of research and treatment. Clinical Psychology Review, 21(6), 879–906. https://doi.org/10.1016/S0272-7358(00)00072-6
Sirois, F. M. (2014). Out of sight, out of time? A meta-analytic investigation of procrastination and stress. Personality and Individual Differences, 66, 70–75. https://doi.org/10.1016/j.paid.2014.02.011
Stoeber, J., & Otto, K. (2006). Positive conceptions of perfectionism: Approaches, evidence, challenges. Personality and Social Psychology Review, 10(4), 295–319. https://doi.org/10.1207/s15327957pspr1004_2
Stoeber, J., & Rennert, D. (2008). Perfectionism in school teachers: Relations with stress appraisals, coping styles, and burnout. Anxiety, Stress & Coping, 21(1), 37–53. https://doi.org/10.1080/10615800701742461
Taris, T. W., van Beek, I., & Schaufeli, W. B. (2012). Demographic and occupational correlates of workaholism. Psychological Reports, 110(2), 547–554. https://doi.org/10.2466/01.07.17.PR0.110.2.547-554