top of page

 

Mentale gezondheidsbevordering, werkgeluk en prestaties

​​

Mentale gezondheid en het individu 

Mentale gezondheid is een belangrijk onderdeel van de algemene gezondheid, naast fysieke gezondheid. Deze 2 primaire componenten staan met elkaar in verbinding en interacteren met elkaar. We zien vaak dat er sprake is van comorbiditeit indien er een fysieke aandoening is en vice versa.

Gezondheid speelt een belangrijke rol bij prestaties die men levert. Verschillende factoren spelen een rol bij zowel de fysieke - als mentale gezondheid. 

Een macroniveau-onderzoek van onder andere de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) toonde aan dat elke dollar die geïnvesteerd wordt in de behandeling en preventie van angst en depressie, viervoudig wordt terugverdiend in de vorm van een betere gezondheid, minder verzuim en een hogere arbeidsproductiviteit.

Mentale gezondheid en bewegen   

  • Beweging als onder deel van de leefstijl heeft een belangrijke functie bij cognitief functioneren.

  • Uit verschillende onderzoeken wordt aangetoond dat lichamelijke activiteit het risico van vervroegde cognitieve achteruitgang vermindert.

  • Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat beweging een aanzienlijke bijdrage levert aan preventie en versneld herstel op cognitief gebied bij burn-out, depressie en angst. 

Om een gezonde mentale toestand te bereiken, is het verstandig om naast gezonde leefstijlpatronen te ontwikkelen en slechte af te breken, aandacht te besteden aan de cognitieve gedachtepatronen die hiermee gepaard gaan, maar ook de cognitieve gedachten die bijdragen aan het tot stand komen van een eventuele cognitieve(tijdelijke) impairment of cognitieve regressie. De (mentale) gezondheid wordt onder meer bepaald door het individu, de fysieke omgeving en de psychosociale omgeving, zowel op het werk als privé. 

Bewegen bevordert de cognitieve capaciteiten, echter geeft dit op een bewust niveau geen sturing aan gedachten die belemmerend werken, denk hierbij aan traumatische gebeurtenissen, depressie, burn-out, perfectionisme en andere mentale beslommeringen. Beweging biedt geen garantie dat er gedachtepatronen of gedragingen ontwikkelen die depressie, angst of burn-out faciliteren of (maladaptieve) perfectionistische gedachten voortbrengen. Zodoende geeft PVGM Brainiac ook aandacht aan verschillende mentale aspecten die deze risico's beperken.  

Mentale gezondheid op de werkvloer

 

PVGM Brainiac richt zich daarom niet alleen op het integreren van een gezonde leefstijl, maar ook op het bevorderen van de mentale gezondheid op de werkvloer, waardoor prestaties, werkgeluk, retentie en de bedrijfscultuur bevordert worden en verzuim beperkt wordt. Uit onderzoek van de WHO blijkt dat 27 procent van het verzuim teruggebracht kan worden indien er aandacht wordt besteed aan de mentale gezondheid (op de werkvloer). Denk hierbij aan procedurele rechtvaardigheid, een gezonde work-life balans, burn-out preventie, hulp bij psychosociale problemen en andere factoren die het mentaal welzijn stimuleren.  

PVGM Brainiac creëert een delicate balans tussen de organisatorische factoren die van invloed zijn op onder andere prestaties, werkgeluk, verzuim en andere organisatorische doelstellingen en individuele (leer)doelen.

 

Mentale gezondheid, prestaties, depressie en burn-out

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat individuen met burn-out / stress of depressie tijdelijk significant minder presteren. Bij een te hoge mate van stress op langer termijn, nemen de cognitieve processen af, waardoor meer fouten gemaakt worden en minder snel gewerkt wordt.

Uit onderzoek blijkt dat ook dat individuen met depressieve symptomen minder productief zijn, echter blijkt eveneens dat het preventief identificeren en vroegtijdig hulp bieden werkzaam is, waardoor aanzienlijke kosten bespaard kunnen worden. 

Daarentegen is coping en voldoende beweging een beschermende factor tegen burn-out (behalve bij fysieke overbelasting), maar ook depressie en angst.

Ook kunnen verschillende organisatorische factoren een rol spelen. Kortom, het ontwikkelen van burn-out, maar ook depressieve gevoelens, is afhankelijk van veel factoren.

 

Multidimensionale aanpak mentale gezondheid

Voor PVGM is (het bevorderen van) mentale gezondheid gelijk aan absentie- , preventie- en /  of reduceren van cognitieve beslommeringen die prestaties belemmeren, de gemoedstoestand beperken en / of het optimaal benutten van de cognitieve capaciteit verstoort. Vanuit psychosociaal, individueel en organisatorisch niveau worden factoren belicht die prestaties, werkgeluk, organisatorische doelstellingen en fysieke- en mentale vitaliteit beïnvloeden. Scans die basisinzicht geven, verdiepende, curatieve gesprekken, het interactieve platform, adviezen en workshops bieden een solide basis om de mentale gezondheid van werknemers te bevorderen. 

Oplossing

Door een synthese van kennis uit arbeidspsychologie, gezondheidspsychologie en verschillende gezondheidswetenschappen te integreren in onze diensten is PVGM Brainiac in staat om optimale werkomstandigheden te scheppen voor werkgever en werknemer en verzuim verklaard door mentale beslommeringen aanzienlijk terug te brengen.

Op individueel niveau kunnen onder andere coping en leefstijl invloed hebben op burn-out, depressieve gevoelens en andere aspecten van de fysieke- en mentale gezondheid.

Door hier aandacht aan te besteden bevorder je de mentale weerstand en beperk je het risico op burn-out.

​Hiermee bevordert de productiviteit en worden verzuimrisico's beperkt: Werknemers die verhoogde waarden op burn-out rapporteren, vertonen vaker en langduriger verzuim. Tevens hebben zij op langere termijn een hogere kans om arbeidsongeschikt te raken.  

Het platform behandeld alle stressoren die relevant zijn en er wordt uitvoering aandacht besteed aan verschillende andere relevante mentale factoren. 

Daarnaast kan dit ondersteunt worden door consultancy en interventies om organisatorische aspecten te behandelen die nodig zijn. 

Referenties 

Abbott, R. D., White, L. R., & Ross, G. W. (2004). Physical activity and physical performance in elderly men and women: A longitudinal study. Journal of Gerontology: Medical Sciences, 59(1), 54–59.

Ahola, K., Honkonen, T., Isometsä, E., Kalimo, R., Nykyri, E., Aromaa, A., & Lönnqvist, J. (2009). Burnout in the general population: Results from the Finnish Health 2000 Study. Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology, 44(11), 857–864. https://doi.org/10.1007/s00127-009-0101-5

Angevaren, M. (2010). Physical activity and cognitive function in older adults. Journal of Aging and Physical Activity, 18(4), 404–422.

Beck, A. L., Crain, A. L., Solberg, L. I., et al. (2011). The effect of depression screening on diagnosis and treatment in primary care. Medical Care, 49(12), 1065–1070.

Black, J. E., Anderson, K. L., Alcantara, A. A., & Greenough, W. T. (1990). Learning causes synaptogenesis, whereas motor activity causes angiogenesis, in cerebellar cortex of adult rats. Proceedings of the National Academy of Sciences, 87(14), 5568–5572.

De Moor, M. H. M., Boomsma, D. I., & De Geus, E. J. C. (2009). Exercise participation in adolescents and young adults: A twin study. Medicine & Science in Sports & Exercise, 41(8), 1566–1573.

Dustman, R. E., Ruhling, R. O., Russell, E. M., et al. (1984). Aerobic exercise training and improved neuropsychological function of older individuals. Neurobiology of Aging, 5(1), 35–42.

Gómez-Pinilla, F., Dao, L., & So, V. (1997). Physical exercise induces FGF-2 and its mRNA in rat brain. Brain Research, 774(1–2), 1–8.

Hallsten, L., Voss, M., & Stark, S. (2011). Diagnosis of burnout: A review of empirical studies. Work & Stress, 25(3), 243–263.

Hawkins, H. L., Kramer, A. F., & Capaldi, D. (1992). Aging, exercise, and attention. Psychology and Aging, 7(3), 433–439.

Hooftman, W. E., Mars, G. M. J., Janssen, B. J. M., De Vroome, E. M. M., Pleijers, A. J. S. F., & Michiels, J. E. M. (2016). Arbobalans 2016. TNO.

Korten, A. (2014). Stress and cognitive functioning: A workplace perspective. Occupational Health Psychology Journal, 19(2), 101–115.

Lemura, L. M., von Duvillard, S. P., & Mookerjee, S. (2000). The effects of physical training on functional capacity in older adults. Journal of Sports Medicine, 30(2), 77–85.

Neeper, S. A., Gómez-Pinilla, F., Choi, J., & Cotman, C. (1996). Physical activity increases brain BDNF levels. Nature Neuroscience, 273(3), 257–261.

Rikli, R. E., & Edwards, D. J. (1991). Effects of aerobic activity on cognitive function in older adults. Journal of Aging and Physical Activity, 3(2), 22–30.

Van Praag, H., Christie, B. R., Sejnowski, T. J., & Gage, F. H. (1999). Running enhances neurogenesis, learning, and long-term potentiation in mice. Proceedings of the National Academy of Sciences, 96(23), 13427–13431.

 

Sphere on Spiral Stairs
bottom of page